Het plan was om gisteren naar de Zebedeüs-fuif te gaan in de Palm brouwerij.
Een paar goeie ouwe new-wave platen, afgewisseld met jaren 90 (of recenter) afrekening-materiaal.
Dit volledig in het kader van onze sympathieke aktie “het-moet-niet-altijd-electro-of-andere-hippe-shit-zijn”.
Rond een uur of 9 kreeg ik gisteren echter telefoon van W. Hij had een alternatief voorstel. Het was immers al lang geleden dat we nog eens Catan hadden gespeeld. En vermits zijn vriendin V. het liever iets rustiger hield, stelde hij voor dat ik daarvoor eens langskwam. Ook Paradona werd uitgenodigd, en zo waren we dus met z’n 4en.
Nu W. en V. hadden onlangs beslist om samen te gaan wonen, en dan heb je als vrienden dus recht op een vernieuwde rondleiding. Nu nog wachten op de samenwoon-instuif.
Tegen dat we dan uiteindelijk aan het spel begonnen was het al voorbij 11 uur.
Nu, de gemiddelde Catan-speler weet dat zoiets falikant afloopt. Zeker als het Steden en Ridders betreft. De tegels en de cijfers lagen ook al niet echt geweldig. Ik bleek dan nog geboycot te worden door zowel W. als Paradona bij de initiele bouwronde. Met als gevolg dat mijn enige inkomsten van graan van een tegel met een 2 erop moesten komen.
Als daarbij nog komt dat er ook niet echt heel veel bakstenen in het spel rond gingen, dan kan je al wel vermoeden dat het niet echt vlot liep.
Het voordeel van een spelletje Catan te spelen met W. is dat hij soms vergeet op te letten. En daardoor sommige keren vergeet dat hij kaarten mocht krijgen. Of een keer te veel betaalt voor iets te kopen. Nu is de vraag of je als medespeler dit steeds moet blijven herhalen. En dan probeer je subtiele overduidelijke tips te geven. In de hoop dat dat genoeg blijkt te zijn.
Wanneer dat dat niet het geval blijkt te zijn, dan stop je hier uiteindelijk ook mee, en werp je gewoon nog een veelbetekenende blik naar je medespelers.
En dan komt het punt dat je de 10 punten nadert. En dan wil ineens echt niemand meer met je ruilen. Dan moet je zelf maar zien dat je verder geraakt en die laatste puntjes bijeen sprokkelt.
En wanneer V. me dan voorbij steekt en zij 11 punten behaalt, dan gebeurt er iets raars. Ik blijf degene waarmee niemand wil ruilen, want ik ben zogezegd aan het winnen. Tja. Once the bad guy, always the bad guy?
Nu uiteindelijk geraak ik dus als eerste op 13 punten. Victory!
Och ja, laat ons misschien nog doorspelen tot 15. Als je dan je langste handelsroute kwijtspeelt val je wel terug tot op 11. Gelukkig maar van korte duur. Een beetje later was ondergetekende als eerste tot op 15 geraakt. En toen iemand het idee had om tot 17 door te gaan, heb ik dit ook maar ineens afgemaakt. Nu op dit punt in het spel had ik wel de hete adem van V. in mijn nek. Zij was zowat de enige echte bedreiging. De andere 2 deelden af en toe wel nog enkele irritante speldeprikken uit, maar hingen nog ergens rond de 10 punten.
En toen bleek het dus 0430 te zijn. Ok, waren we naar de new-wave fuif geweest was het ook wel zo laat geworden.
En dan ben je blij. Dat het sanderendaags pinkstermaandag is.